Diagnose Alzheimer


De ziekte van Alzheimer is geen ouderdomsverschijnsel, maar een hersenziekte met specifieke symptomen. Deze zijn het gevolg van een onomkeerbare fysieke achteruitgang van de hersenen. De ziekte van Alzheimer kan alleen na het overlijden van de patiŽnt met honderd procent zekerheid worden vastgesteld. Tijdens het leven kan een grondig medisch onderzoek echter meer duidelijkheid brengen.


Momenteel bestaan er geen medicijnen die de ziekte van Alzheimer kunnen voorkomen of genezen. Toch is het belangrijk om vast te stellen of iemand aan deze ziekte lijdt. Hierdoor ontstaat duidelijkheid, zowel voor de patiŽnt als voor de mensen in zijn of haar directe omgeving. Zo kan de behandeling van bepaalde symptomen beter op de patiŽnt worden afgestemd. Ook kan men rekening houden met het verdere verloop van de ziekte.


De ziekte van Alzheimer wordt hoofdzakelijk gekenmerkt door geheugenstoornissen. Deze uiten zich in een verminderend vermogen om eerder geleerde informatie te herinneren of om nieuwe informatie in het geheugen op te slaan. Daarnaast komt bij iedere AlzheimerpatiŽnt minstens ťťn van de volgende stoornissen voor:


- afasie: een taalstoornis die zich uit in problemen met spreken, lezen en/of schrijven;

- apraxie: een verminderd vermogen tot het uitvoeren van doelgerichte bewegingen;

- agnosie: het niet meer herkennen van voorwerpen, of een

- stoornis in uitvoerende functies, zoals organiseren, plannen en/of logisch denken.


Met behulp van enkele eenvoudige testjes kan de huisarts een voorlopige diagnose stellen. Vaak verwijst de huisarts de patiŽnt voor verder onderzoek naar de neuroloog. Deze kan uitgebreider onderzoek doen. Een van de methoden die de neuroloog ter beschikking heeft is het maken van een afbeelding van de hersenen. Met deze zogenaamde hersenscans kan het afsterven van de hersenen of een verminderde hersenactiviteit worden aangetoond.


De neuroloog bepaalt ook of het gebruik van medicijnen, die het verloop van de ziekte van Alzheimer kunnen remmen, zinvol is. Er bestaan hiervoor verschillende middelen (zie informatieblad ‘Medicatie’). Helaas zijn deze niet bij alle patiŽnten effectief. Dit houdt onder andere verband met het stadium van de ziekte waarin de patiŽnt verkeert.


Er zijn ook aanvullende onderzoeken mogelijk, bijvoorbeeld door een neuropsycholoog. Deze onderzoeken hebben tot doel vast te stellen welke vormen van begeleiding en/of behandeling voor de patiŽnt het meest geschikt is.